Spreek je Paarlemoerstaal 

(een lijst met omschrijvingen van begrippen die met parels te maken hebben)

Een begrip aangeduid met een  *  betekent dat het begrip elders in de lijst al omschreven staat; erop klikken brengt u naar het begrip toe

Een begrip aangeduid met een  *  betekent dat het later in de lijst zal worden opgenomen

Op deze site worden alleen de begrippen omschreven die beginnen met de letters:

a; c; e; g; i; k; m; o; q; s; u; w; y

(Bij voldoende volume, wordt later de volledige lijst als boekje te koop aangeboden)

 

Abalone parel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

een parel uit een eenkleppig weekdier, de Haliotis (betekent: ‘Zeeoor’). Deze zet zich met een sterke voet telkens af tegen de bodem of rotswand en zweeft zo door het water.

De Abalone parel is meestal barok van vorm (bekend is de ‘haaientand-vorm) en heeft een sterk iriserend blauw tot groen paarlemoer met zwemen van oranje, zilver, roze en lavendel.

Het is nog steeds niet echt gelukt om Abalone parels te kweken; dikwijls is de kern nog zichtbaar. Wel wordt de Haliotis gebruikt voor het kweken van Mabé-parels  *.

Barokke Abalone parels werden graag verwerkt in de Art Nouveau-sieraden van de vroeg-twintigste eeuw.

De grootste bekende Abalone parel is de ‘Grote Roze’ (‘Big Pink’). Een van de beroemde* parels. Deze 470 karaat wegende parel werd in 1991 geschat op 4,7 miljoen Dollar en staat vermeld in het Guiness Book of World Records.

Aragoniet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het hoofdbestanddeel van paarlemoer* waaruit elke  parel* bestaat. De chemische formule luidt: CaCo3 : Calciumcarbonaat. Dit kent nog een andere vorm, namelijk Calciet *.

Aragoniet is -net als elke andere kalkverbinding- vies van zuren! Daar kan het niet tegen.

Dus: parels niet in contact laten komen met zuren. Zie verder bij: onderhoud* van parels.

Het paarlemoer wordt uit laagjes aragoniet opgebouwd. Deze laagjes liggen dakpansgewijs (ook wel: als een terras; ui of kool) over elkaar, waardoor het opppervlak aan de tanden stroef aanvoelt. Voor een detailopname van de oppervlakken van twee parels:één van onze mooiste Tahitiparels (let niet op de kleuren, want die zijn volledig veranderd door het gebruikte, zo contrastrijk mogelijke, licht)  en één van onze A-B-kwaliteit witte zoetwaterparels, klik hier  (En die 'richeltjes' op de fotovergrotingen (60 x) kunt u met uw (eigen) tanden voelen! U voelt dus met uw tanden meer dan dat u met uw ogen ziet. Zie ook de tandentest*

Deze laagjes aragoniet worden bij elkaar gehouden door een andere stof, namelijk conchioline *, een soort lijmstof dus.

De rest van het paarlemoer bestaat uit water.

Voor de verhouding van de drie bestanddelen waaruit het paarlemoer bestaat, is er een simpele vuistregel: 

80 % aragoniet (minimaal);

15 % conchioline en

5 % water

NB. Conchioline heeft dat water nodig anders verliest het zijn lijmvermogen en gaan de laagjes aragoniet elkaar loslaten: de parel gaat dan schilferen. Een onomkeerbaar proces. Vandaar dat wij steeds zeggen dat parels het fijn vinden om gedragen te worden, want dan krijgen ze lekkere luchtvochtigheid.

Mocht u ooit parels in een kluis afgesloten van de lucht willen bewaren, zet er dan een kommetje met water bij en controleer eens in de zoveel tijd of er nog voldoende water in zit.

 

Calciet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Calciet: een van de twee vormen van calciumcarbonaat (CaCO3). De andere vorm is Aragoniet * : het goedje waaruit parels* voor meer dan 80% zijn opgebouwd. Calciet is dus ook een kalkverbinding en verschilt van aragoniet alleen in stereomoleculair opzicht. Naar analogie met handschoenen zou men kunnen zeggen dat waar calciet voor de linkerhandschoen staat,  aragoniet de rechterhandschoen vertegenwoordigt.

 Beide stoffen verschillen dus niet in chemisch opzicht, maar alleen in fysich opzicht. Zo is aragoniet wat zwaarder en krasbestendiger bijvoorbeeld dan calciet.

 Weekdieren zoals mossels en oesters, hebben geen geraamte, zij maken voor hun houvast en bescherming een behuizing van kalk: de schelpvorm (calciet). De binnenlaag van die schelp bestaat uit paarlemoer (aragoniet).

Er bestaat ook een product dat door een zeeslak wordt gemaakt en ‘Conch’ * parel wordt genoemd, hoewel het eigenlijk die naam niet verdient, omdat het voor hooguit 60 % uit aragoniet bestaat en voor 40% uit calciet.

 

Choker 

 

(parel)collier met een lengte van 35 - 40 cm.
Conch pearl (schelpparel)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze 'parel' komt uit de Koninginneschelp (Strombus gigas) en verdient eigenlijk niet met het woord parel te worden aangeduid, daar het percentage aragoniet * waaruit het is samengesteld (ongeveer 50%) te klein is om paarlemoer te worden genoemd. De rest bestaat uit calciet * .

Toch hebben deze schelpparels een zachte zijde-, of  porceleinachtige glans en vertonen ze dikwijls een opmerkelijk gevlamd kleureffect, dat chatoyancy wordt genoemd. In dit woord is het Franse woord voor 'kat' te herkennen: 'chat'. Men heeft het kleureffect dus in eerste instantie vergeleken met het veranderen van de kleur in een kattenoog!

De meest voorkomende kleur is roze, in alle tinten en de vorm is vrijwel altijd onregelmatig of ovaal.

 

Conchioline

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische formule: C32H48N2O11). De stof die de plaatjes van aragoniet * aan elkaar ‘lijmt’ of ‘metselt’. Zou je een parel met een muur kunnen vergelijken dan zouden de plaatjes aragoniet de bakstenen vertegenwoordigen en de conchioline de metselspecie. De oester* of mossel* die met een ‘binnendringer’ te maken krijgt, probeert de irritatie aan het epitheelweefsel veroorzaakt, te verzachten met een laagje conchioline (een soort ‘brandzalf’functie dus). Daaroverheen komt dan een laagje paarlemoer* dan weer een laagje conchioline en zo voort en zo verder en zo wordt uiteindelijk een parel* gevormd.
Epitheelweefsel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Epitheelweefsel van een mossel* of oester*, is qua functie te vergelijken met de huid van ons; het heeft een vergelijkbare immuunfunctie.

Het weefsel vormt de scheiding tussen het zachte weefsel van het dier en de harde schelp en het is in staat om binnendringers die het epitheelweefsel beschadigen onschadelijk te maken, door ze in te kapselen en dan eerst een laag conchioline * er omheen aan te brengen, vervolgens een laag paarlemoer*, dan weer een laag conchioline, enzovoorts.

Er ontstaat dan dus een parel, waarbij het epitheelweefsel de 'parelzak' vormt

 

Gekweekte parel

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook wel gecultiveerde parel of cultivé genoemd. 

Een parel die ontstaat doordat de mens in mossel of oester een stukje lichaamsvreemd epitheelweefsel * aanbrengt, al dan niet samen met een kern * van kalk. Er wordt daarbij een incisie gemaakt in het eigen epitheelweefsel van de betreffende mossel of oester.

Staat in tegenstelling tot de natuurlijke* parel.

 

Getordeerd

 

 

parelcollier waarvan de strengen om elkaar heen zijn gedraaid. Meestal van ‘choker’ * lengte
Grein

 

 

 

 

Een gewichtseenheid van 0,05 gram, die meestal voor natuurlijke parels wordt gebruikt. (Zie ook bij ‘Karaat’ *; ‘Momme’ * en ‘Kan’ * )

Het woord vinden wij nog terug in een uitdrukking als: 'Er geen greintje vertrouwen in hebben'

In grootte verlopende colliers

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Eng.: 'Graduated') benaming voor parelcolliers met een grote parel in het midden en met parels die naar de uiteinden toe steeds kleiner worden. De parel in het midden is meestal veel groter dan de twee aangrenzende parels.

Gebruikelijke lengtematen:

Grootste parel: 7 mm. kleinste parel: 3,5mm.: 48 cm.

           "              8 mm. kleinste parel: 4 mm.: 48 cm.

           "              9 mm. kleinste parel: 6 mm.: 52 cm.

 

Kan

 

Een gewichtseenheid: 1000 Momme *
Karaat

Een gewichtseenheid: 4 grein *
Kern

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle parels* hebben kernen, die hetzij bestaan uit een stukje schelp plus een stukje epitheelweefsel * (zoutwaterparel* ), hetzij uit een stukje epitheelweefsel alleen (bijna alle zoetwaterparels* ). Omdat het meeste epitheelweefsel tijdens de productie van de parel verdwijnt, worden zoetwaterparels ook wel eens kernloos * genoemd.

De stukjes schelp die als kern in zoutwaterparels worden gebruikt, zijn merendeels afkomstig van de zogenoemde 'Wasbord'-mossel. Zij worden uit de schelp van die mossel gesneden en vervolgens tot mooie ronde witte bolletjes geslepen, waarvan de diameter varieert van 2 tot 9 millimeter.

 

Kernloos

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zowel natuurlijke* parels als gekweekte zoetwaterparels, worden wel eens -enigszins misleidend- kernloze parels genoemd, omdat er anders dan bij gekweekte zoutwaterparels, geen geprepareerd stukje schelp, in de vorm van een bolletje wordt ingebracht.

In natuurlijke parels bestaat de kern dikwijls uit het overblijfsel van het ingedrongen objekt; een krabbetje, een worm of een pluk zeewier of iets dergelijks. Soms blijft er zo weinig van dat objekt over (het 'vergaat' grotendeels) dat het lijkt alsof de parel helemaal geen kern heeft.

Bij gekweekte * zoetwaterparels* is iets dergelijks het geval: als kern wordt er een stukje epitheelweefsel * ingebracht, dat voor een groot deel of zelfs helemaal verdwijnt, gedurende de opbouw van het paarlemoer* eromheen. Vandaar dan ook dat het soms erg moeilijk uit te maken is of men met een gekweekte zoetwaterparel van doen heeft of met een natuurlijke* parel

 

Matinee

 

(parel)collier met een lengte van ongeveer 60 cm
Mabé parel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gekweekte zoute blaarparel* die oorspronkelijk uit één bepaalde oester kwam, namelijk de Pteria pinguin, ofwel de zwartgevleugelde oester. De parel heeft een koepelvorm (rond of peervormig) met een platte onderkant.

Hij wordt verkregen door een koepelvormig stukje plastic te lijmen tussen de harde schelpwand en het zachte epitheelweefsel. De oester gaat daar dan overheen het paarlemoer aanbrengen.

Vervolgens wordt de parel van de schelp afgezaagd, het plastic eruit verwijderd en vervangen door kunsthars om het koepeltje van paarlemoer enige steun te geven. De onderkant wordt beplakt met een vlak laagje paarlemoer, dat mooi wordt rondgesneden en schuin afgeslepen.

Door de platte onderkant kunnen mabé parels goed worden verwerkt in oorbellen en ringen.

Tegenwoordig worden ook andere oesters gebruikt voor het verkrijgen van mabé parels, zoals de Pinctada maxima* en de Pinctada margaritifera*. Bij de Abalone * wordt er een gepatenteerde methode gebruikt die enigszins afwijkt van de hierboven beschreven methode: er wordt een gat geboord in de schelp en dan wordt er precies passend een boutje met een koepelvormig rond uiteinde  ingeschroefd.

 

Momme

 

Een gewichtseenheid: 75 grein *
Opera

 

(Parel)collier met een lengte van 75 - 90 cm.
Oppervlaktekwaliteit

 

 

 

 

 

 

Het oppervlak van parels kan smetten vertonen zoals: pitjes; knobbeltjes; randjes; kuiltjes en speldenpuntjes. Hoe meer er van deze smetten te ontwaren zijn of hoe groter ze zijn, des te slechter de kwaliteit van het oppervlak. Dit kan zo ver gaan dat ze soms wel lijken op afgebroken tanden! Zo’n onregelmatig oppervlak kan uiteraard zijn eigen charme hebben, zoals bij (grote) barokparels. Tegenwoordig vindt men dat ‘organische’ karakter dikwijls juist zeer interessant en de moeite waard.
Optische interferentie

 

 

een intensivering van het prismatisch effect*, veroorzaakt doordat een weerkaatste en een gebroken lichtstraal elkaar in fase versterken.

 

Slabbetje

 

bijnaam voor een collier dat uit drie of meer strengen  bestaat
Uniforme parelcolliers

 

benaming voor colliers met parels die allemaal ongeveer even groot zijn. Benamingen voor de diverse lengtes: Choker *; Prinses*; Matinee * ; Opera * en Touw* (Eng.: ‘Rope’). Vergelijk ook de in grootte verlopende * colliers
Waardebepaling (van parels)

 

 

 

 

 

 

de waarde van parels wordt bepaald aan de hand van de volgende zes eigenschappen: Luster*; Prismatisch effect*; Oppervlaktekwaliteit *; Grootte*; Vorm* en Kleur*